apotek

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Deens

Uitspraak
  • IPA: /apoˈteˑʔg̊/

Zelfstandig naamwoord

apotek o

  1. (medisch) apotheek
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   apotek     apoteket     apoteker     apotekerne  
genitief   apoteks     apotekets     apotekers     apotekernes  



Faeröers

Uitspraak
  • IPA: /apoˈteːk/

Zelfstandig naamwoord

apotek o

  1. (medisch) apotheek
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   apotek     apotekið     apotek     apotekini  
genitief   apoteks     apoteksins     apoteka     apotekanna  
datief   apoteki     apotekinum     apotekum     apotekunum  
accusatief   apotek     apotekið     apotek     apotekini  



Indonesisch

Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Nederlandse apotheek.

Zelfstandig naamwoord

apotek

  1. (medisch) apotheek
Synoniemen


Noors

Uitspraak
  • IPA: /apu'teːk/
Woordafbreking
  • apo·thek
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

apotek o

  1. (medisch) apotheek
    «Hvilke apotek er billigst, og hvem gir deg den beste kundeservicen?»
    Welke apotheek is het goedkoopst en welke biedt de beste klantenservice?
  2. een kleinere voorraad aan medicijnen
    «Sørg for å ha lindrende produkter i ditt husapotek
    Zorg ervoor dat je kalmerende producten in je huisapotheek hebt.
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   apotek     apoteket     apotek
apoteker  
  apoteka
apotekene  
genitief   apoteks     apotekets     apoteks
apotekers  
  apotekas
apotekenes  
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
  • IPA: /apu'teːk/
Woordafbreking
  • apo·thek
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

apotek o

  1. (medisch) apotheek
  2. een kleinere voorraad aan medicijnen
Verbuiging
o enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   apotek     apoteket     apotek     apoteka  
genitief   apoteks     apotekets     apoteks     apotekas  
bijvormen enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief               apoteki  
genitief               apotekis  
Afgeleide begrippen


Zweeds

Uitspraak
  • IPA: /apu'teːk/

Zelfstandig naamwoord

apotek o

  1. (medisch) apotheek
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   apotek     apoteket     apotek     apoteken  
genitief   apoteks     apotekets     apoteks     apotekens  
Persoonlijke instellingen