antwoordt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ant·woordt

Werkwoord

vervoeging van
antwoorden

antwoordt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van antwoorden
    Jij antwoordt.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van antwoorden
    Hij antwoordt.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van antwoorden
    Antwoordt!