anti

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·ti
enkelvoud meervoud
naamwoord anti anti's
verkleinwoord antietje antietjes

Zelfstandig naamwoord

anti m

  1. de tegenstander.
Vertalingen

Bijwoord

anti

  1. tegen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen