analist
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ana·list
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | analist | analisten |
| verkleinwoord | analistje | analistjes |
Zelfstandig naamwoord
analist m
- iemand die iets analyseert
- Hij was altijd al een goede analist van wat er in de politiek gaande was.
- (scheikunde), (medisch), (beroep) iemand die samenstellingen van stoffen nauwkeurig bepaalt
- Ik heb deze stalen gisteren naar de analist gebracht en kreeg vanmorgen al de uitslag.