amputeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- am·pu·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Engelse amputate of het Franse amputer, van het Latijnse 'amputare' met het achtervoegsel -eren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| amputeren |
amputeerde |
geamputeerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
amputeren
- (overgankelijk), (medisch) een lichaamsdeel chirurgisch verwijderen
- Ze kloven [sic] hun schedel, hakten hun armen af, sneden hun benen bij de knie af en amputeerden hun overige lichaamsdelen...[1]
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een lichaamsdeel chirurgisch verwijderen
Verwijzingen
- ↑ blz 247 Sultans, slaven en renegaten: de verborgen geschiedenis van de Ottomaanse rijk.
door Joos Vermeulen
Uitgegeven door ACCO, 2001 ISBN 9033445980, 9789033445989