amen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • amen

Tussenwerpsel

amen

  1. dat zij zo, een slotwoord van gebeden en preken
    In België wordt de uitdrukking "Amen en uit!" gebruikt, waar in het Nederlands "Punt uit!" voor gebruikt wordt.

Zelfstandig naamwoord

amen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord aam


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
amar

amen

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van amar.
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van amar.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen