amechtig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- amech·tig
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | amechtig | amechtiger | amechtigst |
| verbogen | amechtige | amechtigere | amechtigste |
Bijvoeglijk naamwoord
amechtig
- sterk hijgend
- kortademig.
- overdrachtelijk krampachtig, vertwijfeld
- Hij deed een amechtige poging zijn beschadigde imago weer wat op te poetsen.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. sterk hijgend
Bijwoord
amechtig
- op amechtige wijze