ambivalent
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- am·bi·va·lent
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | ambivalent | ambivalenter | ambivalentst |
| verbogen | ambivalente | ambivalentere | ambivalentste |
Bijvoeglijk naamwoord
ambivalent
- op hetzelfde moment twee verschillende, meestal positieve en negatieve waardes hebbend
- Het dier vertoont ambivalent gedrag.
Vertalingen
1. op hetzelfde moment twee verschillende, meestal positieve en negatieve, waardes hebbend
Duits
Uitspraak
- IPA: /ambivaˈlɛnt/
Woordafbreking
- am·bi·va·lent
| stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|
| ambivalent |
ambivalenter |
am ambivalentesten |
| alle verbuigingsvormen | ||
Bijvoeglijk naamwoord
ambivalent
Engels
Uitspraak
- Geluid: ambivalent (VS) (hulp, bestand)
- IPA: /æmˈbɪvələnt/
| stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|
| ambivalent | more ambivalent | most ambivalent |
Bijvoeglijk naamwoord
ambivalent
Frans
Uitspraak
- IPA: /ɑ̃bivalɑ̃/
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk | ambivalent | ambivalents |
| vrouwelijk | ambivalente | ambivalentes |
Bijvoeglijk naamwoord
ambivalent