amandel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aman·del
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | amandel | amandelen, amandels |
| verkleinwoord | amandeltje | amandeltjes |
Zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) (fruit) Amygdalus dulcis
een vrucht van de amandelboom - (biologie) een orgaan in de keel dat deel uitmaakt van het afweersysteem
- (plantkunde) Amygdalus dulcis
boom die amandelen voortbrengt
Synoniemen
- [2] tonsil, keelamandel
- [3] amandelboom
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
Amandelen knippen.
- Tonsillectomie uitvoeren.
Vertalingen
1. een vrucht van de amandelboom
2. een orgaan in de keel dat deel uitmaakt van het afweersysteem
3. amandelboom
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | amandel | amandels |
Zelfstandig naamwoord
amandel