allochtoon
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- al·loch·toon
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | allochtoon | allochtonen |
| verkleinwoord | allochtoontje | allochtoontjes |
Zelfstandig naamwoord
allochtoon m
- (sociologie) iemand die niet afkomstig is van het land waar hij woont
- Mijn buur komt oorspronkelijk niet uit Nederland, dus hij is een allochtoon.
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen
1. iemand die van elders afkomstig is
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | allochtoon |
| verbogen | allochtone |
Bijvoeglijk naamwoord
allochtoon
- (sociologie) uit een ander land afkomstig
- Daar woonde een allochtone leerling van mij.
- (geologie) (van gesteenten) zich bevindend op een andere tectonische plaat na een overschuiving
- Autochtoon gesteente ligt er al, allochtoon gesteente schuift daarover heen.
Vertalingen
1. uit een ander land afkomstig
2. (van gesteenten) zich bevindend op een andere tectonische plaat na een overschuiving
Meer informatie
- Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.