algemeen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- al·ge·meen
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | algemeen | algemener | algemeenst |
| verbogen | algemene | algemenere | algemeenste |
Bijvoeglijk naamwoord
algemeen
- iedereen betreffend
- Wij hebben al jaren een algemeen kiesrecht.
- geldig voor alle gevallen
- Hij is een algemene directeur.
- niet op de details ingaand
- Ik zal in algemene termen spreken...
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | algemeen | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
algemeen o
- meestal.
- Dat gaat in het algemeen wel goed.