algebra

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·ge·bra
Woordherkomst en -opbouw
  • Arabisch leenwoord.
enkelvoud meervoud
naamwoord algebra -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

algebra v/m

  1. (wiskunde) een deel van de wiskunde dat zich bezighoudt met de betrekkingen van door letters en tekens aangeduide grootheden
    Er zijn veel mensen die algebra niet snappen.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

Zelfstandig naamwoord

algebra

  1. (wiskunde) algebra


Baskisch

Zelfstandig naamwoord

algebra

  1. (wiskunde) algebra


Deens

Zelfstandig naamwoord

algebra

  1. (wiskunde) algebra


Engels

Zelfstandig naamwoord

algebra

  1. (wiskunde) algebra


Estisch

Zelfstandig naamwoord

algebra

  1. (wiskunde) algebra


Fins

Zelfstandig naamwoord

algebra

  1. (wiskunde) algebra


IJslands

Zelfstandig naamwoord

algebra

  1. (wiskunde) algebra


Italiaans

Zelfstandig naamwoord

algebra

  1. (wiskunde) algebra


Latijn

Zelfstandig naamwoord

algebra

  1. (wiskunde) algebra


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·ge·bra
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Arabische woord al-jebr.

Zelfstandig naamwoord

algebra m

  1. (wiskunde) algebra
Verbuiging
Hyponiemen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·ge·bra
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Arabische woord al-jebr.

Zelfstandig naamwoord

algebra m

  1. (wiskunde) algebra
Verbuiging



Pools

Zelfstandig naamwoord

algebra

  1. (wiskunde) algebra


Slowaaks

Zelfstandig naamwoord

algebra

  1. (wiskunde) algebra


Tsjechisch

Zelfstandig naamwoord

algebra

  1. (wiskunde) algebra


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

algebra

  1. (wiskunde) algebra
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen