alarm

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • alarm
enkelvoud meervoud
naamwoord alarm alarmen
verkleinwoord alarmpje alarmpjes

Zelfstandig naamwoord

alarm o

  1. een waarschuwing tegen gevaar.
    Het alarm van de winkel ging af.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Turks

Zelfstandig naamwoord

alarm

  1. alarm
Persoonlijke instellingen