ageer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- ageer
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| ageren |
ageer
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ageren
- Ik ageer.
- gebiedende wijs van ageren
- Ageer!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ageren
- Ageer je?
Afrikaans
| stamtijd | |
|---|---|
| infinitief | voltooid deelwoord |
| ageer |
geageer |
| volledig | |
Werkwoord
ageer