ageer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ageer

Werkwoord

vervoeging van
ageren

ageer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ageren
    Ik ageer.
  2. gebiedende wijs van ageren
    Ageer!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ageren
    Ageer je?


Afrikaans

stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
ageer
geageer
volledig

Werkwoord

ageer

  1. ageren