afzweren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·zwe·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afzweren
zwoer af
afgezworen
klasse 6 volledig

Werkwoord

afzweren

  1. (overgankelijk) bij ede verklaren dat men niet langer bereid is iets of iemand te dienen
    Het gebruik van alcohol werd in de Verenigde Staten per grondwetswijziging afgezworen, maar later moest men daar door de toename van de criminaliteit op terugkomen.
Vertalingen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afzweren
zweerde af
zwoor af
afgezworen
klasse 2

gemengd

volledig

Werkwoord

afzweren

  1. (ergatief) een lichaamsdeel verliezen in een infectieproces
    Door zijn melaatsheid waren er twee vingers afgezworen.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen