afzweren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·zwe·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afzweren |
zwoer af |
afgezworen |
| klasse 6 | volledig | |
Werkwoord
afzweren
- (overgankelijk) bij ede verklaren dat men niet langer bereid is iets of iemand te dienen
- Het gebruik van alcohol werd in de Verenigde Staten per grondwetswijziging afgezworen, maar later moest men daar door de toename van de criminaliteit op terugkomen.
Vertalingen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afzweren |
zweerde af zwoor af |
afgezworen |
| klasse 2
gemengd |
volledig | |
Werkwoord
afzweren
- (ergatief) een lichaamsdeel verliezen in een infectieproces
- Door zijn melaatsheid waren er twee vingers afgezworen.