afzondering

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·zon·de·ring
enkelvoud meervoud
naamwoord afzondering -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

afzondering v

  1. het afzonderen.
    De afzondering werd niet goed gehandhaafd waardoor de twee dieren snel weer met elkaar konden vechten.
  2. een verblijf in eenzaamheid.
    Hij moest vanwege zijn oncontroleerbare gedrag jarenlang in afzondering leven.
Persoonlijke instellingen
Andere talen