afzetter
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·zet·ter
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | afzetter | afzetters |
| verkleinwoord | afzettertje | afzettertjes |
Zelfstandig naamwoord
afzetter m
- iemand die door misleiding een buitensporige betaling voor iets weet te verkrijgen