afzetter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·zet·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afzetter afzetters
verkleinwoord afzettertje afzettertjes

Zelfstandig naamwoord

afzetter m

  1. iemand die door misleiding een buitensporige betaling voor iets weet te verkrijgen
Vertalingen