afwerken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·wer·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afwerken |
werkte af |
afgewerkt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
afwerken
- (overgankelijk) de laatste en kleine details afmaken
- Die houten kast is erg netjes afgewerkt.