afwerken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·wer·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van werken met het voorvoegsel af-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afwerken
werkte af
afgewerkt
zwak -t volledig

Werkwoord

afwerken

  1. (overgankelijk) de laatste en kleine details afmaken
    Die houten kast is erg netjes afgewerkt.
Vertalingen