afweer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·weer
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | afweer | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
afweer m
- het afweren van aanvallen
- De afweer functioneerde perfect in de burgeroorlog.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| afweren |
afweer
- (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afweren
- ... dat ik afweer.