afweer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·weer
enkelvoud meervoud
naamwoord afweer -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

afweer m

  1. het afweren van aanvallen
    De afweer functioneerde perfect in de burgeroorlog.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
afweren

afweer

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afweren
    ... dat ik afweer.