afwateren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·wa·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afwateren
waterde af
afgewaterd
zwak -d volledig

Werkwoord

afwateren

  1. overtollig water afvoeren
    Het dak waterde via een regenpijp af naar de regenput.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen