afvallen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·val·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afvallen /'ɑfɑlə(n)/ |
viel af /vil'ʔɑf/ |
afgevallen /'afxəvɑlə(n)/ |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
afvallen
- (ergatief) gewicht verliezen
- (ergatief) de koers van een schip in de richting van de lijzijde wijzigen
- (ergatief) ontrouw worden aan zijn geloof
- (ergatief) vallen vanaf een hoger gelegen plek
- (ergatief) niet meer meetellen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. gewicht verliezen.
3. ontrouw worden aan zijn geloof