aftroeven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·troe·ven
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van troeven met het voorvoegsel af-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aftroeven
troefde af
afgetroefd
zwak -d volledig

Werkwoord

aftroeven

  1. (overgankelijk) (kaartspel) door een troef te spelen zich een slag toe-eigenen
    Hij opende door een schoppenaas te spelen maar dat werd al meteen afgetroefd.
  2. (overgankelijk) overdrachtelijk iemands bewering of uitleg met een scherpe tegenwerping neutraliseren
    In de vergadering werd zijn voorstel onmiddellijk afgetroefd door de penningmeester omdat er geen geld voor was.