afstudeerden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·stu·deer·den

Werkwoord

vervoeging van
afstuderen

afstudeerden

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van afstuderen
    ...dat wij afstudeerden.
    ...dat jullie afstudeerden.
    ...dat zij afstudeerden.