afstraffen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·straf·fen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afstraffen
strafte af
afgestraft
zwak -t volledig

Werkwoord

afstraffen

  1. (overgankelijk) iets betaald zetten
    Die vermetelijke daad werd meedogenloos afgestraft.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen