afstoten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·sto·ten
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afstoten |
stootte af |
afgestoten |
| gemengd | volledig | |
Werkwoord
afstoten
- (overgankelijk) van de hand doen
- Het bedrijf wilde zijn productie afstoten.
- (inergatief) als eerste een bal stoten
- De spelers hadden getost om wie de biljart mocht afstoten.
Vertalingen
- Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.