afstempelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·stem·pe·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afstempelen
stempelde af
afgestempeld
zwak -d volledig

Werkwoord

afstempelen

  1. (overgankelijk) er een stempel opzetten
    De postzegels op een brief worden afgestempeld om aan te geven dat ze gebruikt zijn.
Vertalingen