afstempelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- af·stem·pe·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afstempelen |
stempelde af |
afgestempeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
afstempelen
- (overgankelijk) er een stempel opzetten
- De postzegels op een brief worden afgestempeld om aan te geven dat ze gebruikt zijn.