afstandelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·stan·de·lijk
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen afstandelijk afstandelijker afstandelijkst
verbogen afstandelijke afstandelijkere afstandelijkste

Bijvoeglijk naamwoord

afstandelijk

  1. onverschillig, niet emotioneel ergens bij betrokken zijn
    De afstandelijke houding van de norse arts stelde de patiënt niet gerust.