afstammen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·stam·men
Werkwoord
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afstammen |
stamde af |
afgestamd |
| zwak -d | volledig | |
afstammen
- ~ van: een nakomeling zijn van
- Koningin Beatrix stamt af van Johan Willem Friso.
- in directe lijn teruggevoerd kunnen worden.
- Het Nederlands stamt af' van het West-Germaans.'