afstaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·staan
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van staan met het voorvoegsel af-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afstaan
stond af
afgestaan
klasse 6 volledig

Werkwoord

afstaan

  1. (overgankelijk) uit handen geven
    Hij wilde zijn brommer niet afstaan, maar moest het wel.
  2. (inergatief) ~ van: zich op een afstand bevinden
    Hebben we in het Westen al ooit zo ver afgestaan van de natuur?
Uitdrukkingen en gezegden
  • ver afstaan van iets
Vertalingen