afstaan
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·staan
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afstaan |
stond af |
afgestaan |
| klasse 6 | volledig | |
Werkwoord
afstaan
- (overgankelijk) uit handen geven
- Hij wilde zijn brommer niet afstaan, maar moest het wel.
- (inergatief) ~ van: zich op een afstand bevinden
- Hebben we in het Westen al ooit zo ver afgestaan van de natuur?
Uitdrukkingen en gezegden
- ver afstaan van iets
Vertalingen
ver afstaan van iets
|