afsluiting
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: afsluiting (hulp, bestand)
Woordafbreking
- af·slui·ting
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van afsluiten met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | afsluiting | afsluitingen |
| verkleinwoord | afsluitinkje | afsluitinkjes |
Zelfstandig naamwoord
afsluiting v
- iets afsluiten
- Door de afsluiting kreeg hij geen stroom meer.
- beëindiging.
- Het Suikerfeest is de afsluiting van de ramadan.
- een voorwerp dat ervoor zorgt dat iets afgesloten wordt
- De afsluiting op de deur werkte niet goed.
Vertalingen
3. een voorwerp dat ervoor zorgt dat iets afgesloten wordt
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.