afsluiting

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·slui·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afsluiting afsluitingen
verkleinwoord afsluitinkje afsluitinkjes

Zelfstandig naamwoord

afsluiting v

  1. iets afsluiten
    Door de afsluiting kreeg hij geen stroom meer.
  2. beëindiging.
    Het Suikerfeest is de afsluiting van de ramadan.
  3. een voorwerp dat ervoor zorgt dat iets afgesloten wordt
    De afsluiting op de deur werkte niet goed.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen