afschrikken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • af·schrik·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afschrikken
schrikte af
afgeschrikt
zwak -t volledig

Werkwoord

afschrikken

  1. (overgankelijk) doen weggaan door angst aan te jagen
    Het wild werd afgeschrikt door de geur van de jagers.
  2. (overgankelijk) (scheikunde) (materiaalkunde) het bijzonder snel afkoelen van een heet voorwerp door het in een koelvloeistof te dompelen
    De ampul met het gevormde sulfide werd uit de oven genomen en afgeschrikt in ijswater.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen