afschrift

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·schrift
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afschrift afschriften
verkleinwoord afschriftje afschriftjes

Zelfstandig naamwoord

afschrift o

  1. een kopie van een document, gewoonlijk van een transactie of rekening
    Er lagen een paar afschriften in de bus, meer niet.