afschermen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·scher·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afschermen
schermde af
afgeschermd
zwak -d volledig

Werkwoord

afschermen

  1. (overgankelijk) beschermen door het verborgen te houden
    De bekende acteur schermt zijn privéleven zorgvuldig af.
    De politie schermt de identiteit van tipgevers onvoldoende af.
  2. (overgankelijk) met een scherm scheiden, omsluiten
    De nieuwe dam schermt het gebied af van de rivier.
Vertalingen