afschermen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·scher·men
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afschermen |
schermde af |
afgeschermd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
afschermen
- (overgankelijk) beschermen door het verborgen te houden
- De bekende acteur schermt zijn privéleven zorgvuldig af.
- De politie schermt de identiteit van tipgevers onvoldoende af.
- (overgankelijk) met een scherm scheiden, omsluiten
- De nieuwe dam schermt het gebied af van de rivier.