afromen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·ro·men
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afromen |
roomde af |
afgeroomd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
afromen
- het beste ergens vanaf halen
- Hij denkt dat de maatregelen niet afdoende zijn om de exorbitante bonussen af te romen.
- bankbiljetten uit de kassa verwijderen en opbergen (in een kluis)
- Door het afromen van de kassa's hopen de winkeliers de overvallen tegen te gaan.