afrit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·rit
enkelvoud meervoud
naamwoord afrit afritten
verkleinwoord afritje afritjes

Zelfstandig naamwoord

afrit m

  1. een verkeersweg waarlangs men naar beneden van een autoweg of autosnelweg af kan rijden
    Neem de eerste afrit links en ga vervolgens rechtdoor.
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen