afranselen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: afranselen (hulp, bestand)
Woordafbreking
- af·ran·se·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afranselen |
ranselde af |
afgeranseld |
| volledig | ||
Werkwoord
afranselen
- mishandelen door middel van slagbewegingen.
- Hé, hou op met het afranselen van die jongen, anders bel ik de politie!