afranselen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ran·se·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afranselen
ranselde af
afgeranseld
zwak -d volledig

Werkwoord

afranselen

  1. (overgankelijk) mishandelen door middel van het toedienen van slaag
    Hé, hou op met het afranselen van die jongen, anders bel ik de politie!
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen