afmeten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·me·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afmeten |
mat af |
afgemeten |
| klasse 5 | volledig | |
Werkwoord
afmeten
- (overgankelijk) door meting een bepaalde hoeveelheid van een voorraad afzonderen
- Ik heb daarvan 100 milligram afgemeten en in water opgelost.
- (overgankelijk) ~ aan als maatstaf voor iets gebruiken
- Dit valt af te meten aan de hoogte van de golfslag die erdoor veroorzaakt wordt.