afmelden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- af·mel·den
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afmelden |
meldde af |
afgemeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
afmelden
- (wederkerend) (informatica) de sessie binnen een programma beëindigen
- Toen hij klaar was met het programma moest hij zich afmelden.
- (wederkerend) niet langer deelnemen aan
- Hij meldde zich af van die vergadering omdat hij een andere afspraak had.
Synoniemen
- 1. uitloggen
Verwante begrippen
Vertalingen
2. niet langer deelnemen aan