afleiden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·lei·den
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afleiden |
leidde af |
afgeleid |
| volledig | ||
Werkwoord
afleiden
- de aandacht opvragen.
- De zoon moest zijn vader afleiden, zodat de dochter ongemerkt naar buiten kon gaan.