afleiden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·lei·den
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afleiden |
leidde af |
afgeleid |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
afleiden
- (overgankelijk) de aandacht opvragen
- De zoon moest zijn vader afleiden, zodat de dochter ongemerkt naar buiten kon gaan.
Afgeleide begrippen
- [1] afleiding