afleiden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·lei·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afleiden
leidde af
afgeleid
zwak -d volledig

Werkwoord

afleiden

  1. (overgankelijk) de aandacht opvragen
    De zoon moest zijn vader afleiden, zodat de dochter ongemerkt naar buiten kon gaan.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen