afhankelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen afhankelijk afhankelijker afhankelijkst
verbogen afhankelijke afhankelijkere afhankelijkste
partitief afhankelijks afhankelijkers -
Woordafbreking
  • af·han·ke·lijk

Bijvoeglijk naamwoord

afhankelijk

  1. genoodzaakt op anderen te vertrouwen
  2. (wiskunde) medeveranderend met een andere grootheid
Vaste voorzetsels
  • afhankelijk zijn van
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen