afgunst

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·gunst
enkelvoud meervoud
naamwoord afgunst -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

afgunst v

  1. gevoel van leed of spijt over het goede dat een ander te beurt valt en dat men hem niet gunt
    De afgunst was op haar gezicht te lezen toen haar grootste concurrente de eerste prijs kreeg.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen