afgrond
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: afgrond (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland) /ˈɑfχrɔnt/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg) /ˈɑfɣrɔnt/
Woordafbreking
- af·grond
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | afgrond | afgronden |
| verkleinwoord | afgrondje | afgrondjes |
Zelfstandig naamwoord
afgrond m
- een grote diepte.
- Hoogtevrees is de angst in een afgrond te vallen, nietwaar?
Vertalingen
1. een grote diepte