afgrijselijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·grij·se·lijk
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | afgrijselijk | afgrijselijker | afgrijselijkst |
| verbogen | afgrijselijke | afgrijselijkere | afgrijselijkste |
Bijvoeglijk naamwoord
afgrijselijk
- verschrikkelijk.
- Hij maakte laatst een afgrijselijke gebeurtenis mee.
- erg lelijk.
- Wat een afgrijselijke kleur is dat, zeg!
Bijwoord
afgrijselijk
- in hoge mate.
- Dat is echt een afgrijselijk nare gebeurtenis.