afgeven
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·ge·ven
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afgeven |
gaf af |
afgegeven |
| klasse 5 | volledig | |
Werkwoord
afgeven
- (overgankelijk) achterlaten op de plek van bestemming
- Gevonden voorwerpen kunnen worden afgegeven bij de conciërge.
- (inergatief) bij aanraking een substantie afscheiden
- Kijk uit hoor, die muur geeft af.
Synoniemen
- [1] afleveren
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. achterlaten op de plek van bestemming
2. bij aanraking een substantie afscheiden
in te delen vertalingen