afgelasten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
| naamwoord van handeling | |
|---|---|
| zelfstandig | bijvoeglijk |
| afgelasten | afgelastend |
| afgelasting | afgelast |
Uitspraak
- Geluid: afgelasten (hulp, bestand)
- IPA: /'ɑfxəˌlɑstə(n)/
Woordafbreking
- af·ge·las·ten
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afgelasten /'ɑfxəˌlɑstə(n)/ |
gelastte af /ɣə'lɑstə ʔ'ɑf/ |
afgelast /'ɑfxəˌlɑst/ |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
afgelasten
- (overgankelijk) de opdracht geven om iets niet door te laten gaan
- In verband met de terroristische aanslag werd besloten alle wedstrijden af te gelasten.