afgelasten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
afgelasten afgelastend
afgelasting afgelast
Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ge·las·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afgelasten
/'ɑfɣəlɑstə(n)/
gelastte af
/ɣəlɑstə ʔ'ɑf/
afgelast
/'ɑfɣəlɑst/
zwak -t volledig

Werkwoord

afgelasten

  1. (overgankelijk) de opdracht geven om iets niet door te laten gaan
    In verband met de terroristische aanslag werd besloten alle wedstrijden af te gelasten.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen