affiniteit
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: affiniteit (hulp, bestand)
Woordafbreking
- af·fi·ni·teit
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | affiniteit | affiniteiten |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
affiniteit v
- een geestelijke verwantschap
- Hoewel ze erg verschilden, hadden ze toch een grote affiniteit voor elkaar.
- (scheikunde) de geneigdheid om verbindingen te vormen
- Koper heeft een grote affiniteit voor zwavel.
- (natuurkunde) de aantrekking die bij de aanraking van twee verschillende stoffen plaatsvindt
Vertalingen
1. een geestelijk verwantschap
2. (scheikunde) de geneigdheid om verbindingen te vormen