afdalen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·da·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afdalen
daalde af
afgedaald
zwak -d volledig

Werkwoord

afdalen

  1. (ergatief) naar een lagere hoogte gaan
    Het vliegtuig daalde af zodat het kon landen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen