afbakenen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ba·ke·nen
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van bakenen met het voorvoegsel af-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afbakenen
bakende af
afgebakend
zwak -d volledig

Werkwoord

afbakenen

  1. (overgankelijk) de grenzen van iets duidelijk markeren
    De vaargeul was goed afgebakend.