adviseer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ad·vi·seer

Werkwoord

vervoeging van
adviseren

adviseer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van adviseren
    Ik adviseer.
  2. gebiedende wijs van adviseren
    Adviseer!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van adviseren
    Adviseer je?