advent
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ad·vent
Woordherkomst en -opbouw
- Komt van het Latijnse adventus (aankomst).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | advent | adventen |
| verkleinwoord | adventje | adventjes |
Zelfstandig naamwoord
advent m
- een periode van vier weken voor Kerstmis
- Speciaal voor de advent maken we een adventskrans.
- (religie) de tijd waarin de komst en wederkomst van Jezus Christus worden verwacht
Afgeleide begrippen
- [1] adventskalender, adventskrans, adventsster, adventstijd
- [2] adventsmis
Vertalingen
1. een periode van vier weken voor Kerstmis
2. de tijd waarin de komst en wederkomst van Jezus Christus worden verwacht
2. de tijd waarin de komst en wederkomst van Jezus Christus worden verwacht
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Deens
Zelfstandig naamwoord
advent g
Verbuiging
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | advent | adventet | adventer | adventerne |
| genitief | advents | adventets | adventers | adventernes |
Engels
Zelfstandig naamwoord
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| advent | advents |
advent
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- ad·vent
Woordherkomst en -opbouw
Zelfstandig naamwoord
advent m
- advent (tijdperiode)
- «St. Leonhard i Pitztal (Østerrike): Her er hele landsbyen dekorert til advent.»
- St. Leonhard in Pitztal (Oostenrijk): Hier is het hele dorp versierd voor advent.
- «St. Leonhard i Pitztal (Østerrike): Her er hele landsbyen dekorert til advent.»
- (religie) advent
Verbuiging
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | advent | adventen | adventer | adventene |
| genitief | advents | adventens | adventers | adventenes |
Afgeleide begrippen
- [1]: adventsfest, adventskalender, adventskonsert, adventskrans, adventslys, adventsmøte, adventsmøte, adventsmøte, adventsstjerne, adventstid
- [2]: adventist, adventistkirke, adventistsamfunn
Uitdrukkingen en gezegden
- [1]: første søndag i advent
eerste zondag van Advent
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- ad·vent
Woordherkomst en -opbouw
Zelfstandig naamwoord
advent v
- advent (tijdperiode)
- «Dette er en adventskalender med små sokkar der ein kan putte små gåvepakkar for kvar dag i advent.»
- Dit is een adventskalender met kleine sokken, waar je de kleine geschenkpakketten voor elke dag in advent instoppen kunt.
- «Dette er en adventskalender med små sokkar der ein kan putte små gåvepakkar for kvar dag i advent.»
- (religie) advent
Verbuiging
| v | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | advent | adventa | adventer | adventene |
| genitief | ||||
| v bijvorm |
enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | adventi | |||
| genitief | ||||
Afgeleide begrippen
- [1]: adventskalender, adventskonsert, adventskrans, adventsstjerne, adventstid
- [2]: adventist
Zweeds
Zelfstandig naamwoord
advent g
Verbuiging
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | advent | adventet | advent | adventen |
| genitief | advents | adventets | advents | adventens |
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Religie in het Nederlands
- Woorden in het Deens
- Zelfstandig naamwoord in het Deens
- Religie in het Deens
- Woorden in het Engels
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Religie in het Engels
- Woorden in het Noors
- Zelfstandig naamwoord in het Noors
- Religie in het Noors
- Woorden in het Nynorsk
- Zelfstandig naamwoord in het Nynorsk
- Religie in het Nynorsk
- Woorden in het Zweeds
- Zelfstandig naamwoord in het Zweeds
- Religie in het Zweeds